Latest news

Duits krantenartikel: Südkoerier.de "Zwei junge Frauen helfen in Afrika"

Is "hier" te downloaden: suedkurier.de.pdf.
Bekijk "hier" het artikel: "Zwei junge Frauen helfen in Afrika".

JAARREKENING LISO 2008

Is "hier" te downloaden: JAARREKENING LISO 2008.pdf.

Logo van LISO

Het logo van de stichting is een herkenbaar plaatje voor de lokale bevolking. Het laat zien dat het een traditie is dat men alleen besluiten neemt als ieder dorpslid het eens is met het te nemen besluit. Dit zorgt voor de onderlinge vrede en iedereen voelt zich betrokken.


April 2007

Boekje over het werk van Walther

Met enige, zij het aangename, verrassing werden wij benaderd door de (84-jarige) schrijfster Jos Smit-Koornstra uit Tholen met de wens een boekje over het reilen en zeilen van Walther in Tanzania te willen schrijven. Het verzoek was haar met hem in contact te brengen. Het heeft geresulteerd in het boekje, ook voorzien van enkele foto's, met de titel "Walther de Nijs. De man die in de toekomst springt".
De verkoop kreeg zo'n vlucht, vooral na de verschijning van de schrijfster op de tv in het programma 'Man bijt hond' van de NCRV, waarin zij enige anekdotes uit het boekje voorlas en met enthousiasme over het werk van Walther sprak.
Het boekje is te bestellen bij haar, joskrt@planet.nl, of bij LISO-Nederland, liso@gwdenijs.nl. De prijs: 15 euro, waarvan 8 euro voor de uitgever en 7 euro voor LISO-Tanzania zijn. Bankrekening ABN AMRO bank: 62.85.19.311 t.n.v. Stichting LISO-Nederland.


november 2008

Stagiaires
De stichting LISO-Tanzania begint langzamerhand ook een goede reputatie te krijgen als stageplaats voor jonge mensen, doorgaans voor 2 of 3 maanden, die eens willen kennismaken met ontwikkelingswerk in het veld.
Enerzijds vraagt het begeleiden van hen, naast de vele taken die de stichting al vervult, veel tijd en energie, doch anderzijds zijn ze meer dan welkom. Zij ondervinden immers aan den lijve wat het werk inhoudt en zien de noodzaak daarvan in. Zij nemen veel werk uit handen van Walther. Werk waar hij nauwelijks tijd voor heeft en toch noodzakelijk is voor de stichting, zoals het op orde brengen en houden van de bibliotheek, administratie etc., alsmede hand- en spandiensten bij projecten.
De genoegdoening voor de stichting is dat zij weet dat zij goede ambassadrices aflevert. Zie voor informatie elders op onze website onder het kopje "Volunteers".

november 2008

Boomkwekerij
LISO-Tanzania heeft een eigen bescheiden boomkwekerij, waarin verschillende soorten bomen gekweekt worden. Bomen zijn in Tanzania zeer belangrijk, o.a. voor het stoken (maaltijden bereiden, warmte voor de avonden, tegengewicht tegen erosie etc.), maar ook voor houtverwerking (woningbouw, meubels etc). De stichting tracht op deze wijze aan te tonen dat het voor de mensen loont om bij huis bomen te kweken, dus daarin te investeren. Ook beschermt zij door bomen te planten waterbronnen, zodat het vee niet de kans krijgt het water al bij de bron te vervuilen.
Op deze wijze draagt de stichting ook haar steentje bij in de strijd tegen ontbossing en voor 'schoner' water.
Een boompje kost gemiddeld 9 Eurocent, 100 boompjes om bij een bron te planten ter bescherming van de bron, dus 9 Euro. Boompjes plus diesel om ze naar de bron te brengen, alles samen, 27 Euro.


Bijdragen van bezoekers van deze website, die een smalle beurs hebben, zijn eveneens zeer welkom, want vele kleintjes maken nog steeds die ene grote.



november 2008

Mogelijkheden voor acties
Laat uw fantasie eens zijn gang gaan bij het bedenken van een actie om geld bijeen te vergaren om het werk van LISO-Tanzania, en daarmee de bevolking in de regio waarin LISO werkzaam is, mogelijk te maken en te ondersteunen.
Veel organisatietalent is niet noodzakelijk, wel de wil om wat voor die mensen in Tanzania te doen en daarvoor anderen over de streep te trekken om uw actie te ondersteunen, te beginnen bij familie, vrienden en goede kennissen.

Wilt u dat het door u bijeen gebrachte geld voor een door u bestemde actie is, dan wordt u verzocht dat bij de storting aan te geven. Er is een scala van problemen en werkzaamheden waar LISO zich voor in zet en hulp biedt. Op het terrein van onderwijs (scholen, leermiddelen, mogelijkheden voor wezen, bijscholing voor de leerkrachten, sportwedstrijden tussen scholen om o.a. spijbelen tegen te gaan, etc.). Dit alles voor een betere toekomst voor de kinderen, zij vormen immers de toekomst van het land.

Ook op het gebied van de gezondheidszorg is zo veel te verbeteren (faciliteiten voor het ziekenhuis, gehandicapten, acties tegen AIDS/HIV, vrouwenbesnijdenis, etc.).

Wat te denken van het milieu? LISO tracht daaraan wat te doen door bomen te kweken en elders te planten.

Er is zoveel te doen, doch LISO heeft wel een groot probleem en dat is het vervoer. In een regio zo groot als de Veluwe met 30 dorpen met veel noden is een auto onontbeerlijk. De huidige, zoveelstehands, is dringend aan vervanging toe. De wegen zijn nu eenmaal niet te vergelijken met hier. Men moet vaak flinke hindernissen nemen en dat niet alleen in het droge seizoen, doch ook in het natte, dus men houdt hun hart vast. De steeds vaker optredende mankementen vragen om vaker repareren, dus al maar stijgende kosten en geen alternatief om in afgelegen dorpen te komen..

LISO wordt ook regelmatig door burgers te hulp geroepen om met de auto ernstige zieken van huis naar het, voor velen vele kilometers verwijderde, ziekenhuis te brengen. Het alternatief is uren, soms dagen met provisorische hulpmiddelen lopend de patiënt vervoeren... . Ook van het vervoer van een overledene van het ziekenhuis naar een afgelegen dorp kijkt men bij LISO niet meer van op.

U ziet dat er voldoende redenen zijn om acties te ondernemen om het werk van LISO mogelijk te maken.



februari 2008


HIV/AIDS-actie in Tanzania

De regering heeft een campagne gestart om mensen over te halen zich te laten testen. De president en zijn vrouw waren de eersten die getest werden, gevolgd door een fiks aantal parlementariërs en andere vooraanstaande personen.
"Wij hebben eerder een dergelijke campagne gedaan, in nauwe samenwerking met het lokale ziekenhuis, en waren erg succesvol. Haalden er de regionale radio en 3 regionale kranten mee. Lijkt me wel iets om mee door te gaan dus", aldus Walther.



augustus 2008

Walther vertelt:
"In het afgelopen voorjaar was ik in Arusha op bezoek bij het nieuwe districtshoofd, afdeling Onderwijs, een dame. Ik was erg benieuwd naar wat de regering allemaal van plan is, o.a. op het gebied van onderwijs. Vervolgens bood ik haar de hulp van LISO aan bij het eventueel realiseren van dat beleid. Zij reageerde daar bijzonder enthousiast op. Zij zegde mij toe dat ik de leidraad van de centrale regering zou krijgen.
Zij merkte voorts op dat een visie en een plan voor het district nog niet bestaan, doch bood aan die, samen met LISO, te gaan opzetten.
Zij stelde voorts dat zij vooral ten behoeve van de middelbare scholen actief wil zijn, teneinde de kinderen, die nu slagen, uitzicht op doorleren te geven. Zij is ervan overtuigd dat anders de motivatie bij de ouders wegvalt om de kinderen naar de lagere school te sturen en in die lagere school te investeren, want “het levert toch niets op”.
Ik heb de medewerking van LISO uiteraard meteen toegezegd. Het paste precies in de strategie van LISO en sloot nauw aan op de weg, die door LISO al was ingeslagen.
Intussen zijn we namelijk begonnen met de bouw van het eerste TRC (Teachers Resource Centre), een ontmoetingscentrum voor leerkrachten van scholen uit verscheidene dorpen, waar zij bijgeschoold worden, met elkaar kunnen bijpraten en plannen maken, alles ten behoeve van een beter onderwijs voor de kinderen. Daarnaast is de opzet een netwerk op te bouwen met andere TRC's in het district, opdat de leerkrachten elkaars ervaringen kunnen uitwisselen.
Door de leerlingen is de grond geëgaliseerd, schoolbesturen hebben geïnvesteerd in de bouw tot aan de ramen. LISO financiert het dak (golfplaten) en leermiddelen."



2008

Erkenning

Van de Belastingdienst heeft LISO-NL de bevestiging ontvangen dat onze stichting wordt aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Dit betekent voor donoren belastingvoordeel. Niet alleen particulieren, maar ook bedrijven en instellingen kunnen de schenking aftrekken van de inkomsten- of de vennootschapsbelasting. Bovendien is LISO-NL bij een ontvangst van een schenking of een legaat vrijgesteld van schenkings- en successierecht.
Voor meer informatie verwijzen wij u naar: www.belastingdienst.nl of een notaris.



februari 2008

Bestuursmutatie

Het bestuur bestaat nu uit:
Voorzitter: G.(Gerard)W. de Nijs
Secretaris: H. (Bert) Nederbragt
Penningmeester: A. (Anne) Roelink
Adviseur: A. (Ad) Huizing

Postadres: Gruttoweide 84, 6708 BL Wageningen
Tel. (0317) 415592
E-mail: liso@gwdenijs.nl



augustus 2008

Televisie-uitzending

In de serie uitzendingen "Onverwacht bezoek" van de EO vond op maandag 11 augustus jl. de uitzending plaats over het bezoek van Walther's broer, alsmede over de leef- en werkomstandigheden van Walther c.q. LISO in Tanzania. Volgens EO hebben 1.100.000 kijkers de uitzending gezien en de waardering had als resultaat dat de uitzending eindigde op plaats 5 in de top 10 van die avond. Het bestuur ontving enorm veel positieve reacties, zowel telefonisch, schriftelijk als per e-mail. Zelfs van vakantiegangers vanaf hun vakantieadres in het buitenland.


Op de website van de EO stond, naar aanleiding van de tv-uitzending, het volgend interview.


Ronald over zijn bezoek aan Walther

Ronald de Nijs bezocht zijn broer Walther in Tanzania. In de 14 jaar dat zijn broer daar woonde had hij hem nog nooit opgezocht. Nu ziet hij voor het eerst met eigen ogen hoe zijn broer leeft en werkt. Het werd een bijzondere week.





Ronald, hoe was het om je broer te ontmoeten?

We zijn vrij nuchter in onze uitingen, dus heel erg emotioneel voelde het niet. Maar het was natuurlijk wel een grote verrassing voor Walther.
Eerst een tijd wachten onder de boom. Daar was ik zelf vrij ontspannen onder; het is vakantie tenslotte. Maar je let natuurlijk wel op bij iedere auto die langskomt. Omdat het al wat donkerder begon te worden, werd het toch wel spannend of we nog voldoende licht zouden hebben om de ontmoeting goed te filmen.
Tja en als het dan heel lang duurt, dan wordt het dus improviseren. We vroegen aan de autobestuurders, die langs kwamen, of ze misschien een auto gezien hadden met blanken erin en zo kwamen we er al snel achter waar ze ongeveer waren. En toen erachter aan ja. De rest kun je in het filmpje zien.


Wat hebben jullie die week gedaan?

We hebben een aantal projecten van mijn broer bezocht. Eén schooltje lag echt midden in de bergen. Je zag een vaag pad met allemaal takken erover; dat was de weg ernaar toe. Bij ons zou dat nog geen fietspad zijn geweest.
Ik heb daar heel veel spullen kunnen achterlaten die ik vanuit Nederland had meegenomen: pennen, gummetjes, puntenslijpers en dat soort dingen. Dat je ze blij kunt maken met zulke kleine dingen! Van de 25 kilo die ik meenam naar Tanzania nam ik er maar 9 mee terug!
Natuurlijk heb ik ook gekeken naar Walthers huis in aanbouw. Het is bijzonder om te zien dat ze met gereedschap, dat voor ons echt heel ouderwets aandoet, zulk vakmanschap weten neer te zetten.
Ja, en dan het dagelijks leven, dat is in zo’n land toch heel anders. De winkeltjes, zo klein, soms maar 3 bij 3 meter, waar werkelijk van alles te koop is. En het onderhandelen over van alles. Mijn broer onderhandelde over mijn vervoer terug naar de luchthaven. Het verschil tussen zitten in een personenauto of naar adem happen in een volgepropte bus bleek slechts 20 euro te zijn! Nou, daar had ik zo 100 euro voor over gehad.


Hoe vond je het om nu eens met eigen ogen te zien hoe je broer leeft?

Ja, heel bijzonder. Wat me echt opviel is dat de kinderen uit de buurt zo dol zijn op Walther. Hij tilt de kinderen die hij tegenkomt altijd even op ter begroeting. Ze vinden het echt geweldig dat ze zoveel aandacht van hem krijgen. Ook vind ik het mooi om te zien wat hij heeft opgebouwd in Tanzania. Hier hoor je vaak negatieve verhalen over projecten in de derde wereld. Maar bij mijn broer zag ik juist de positieve dingen.


Ben je door de reis veranderd?

Nou, ik ben wel wat nuchterder gaan kijken naar luxe en comfort. Het blijkt dat je met een beetje minder ook heel goed toe kunt. Ook viel me het verschil op in stress. In Nederland is alles toch gestrest en dat was daar niet. Dus denk ik nu regelmatig: ‘dat kan morgen ook wel’.


Nog een leuke uitsmijter?

Ja, we hebben wel gelachen toen we in zo’n wildlife reservaat waren. We gingen met Carla, de presentatrice, picknicken op de uitkijkpost. Daar waren allemaal apen. Terwijl we op een klein baviaantje afliepen die in een boom zat pakte een joekel van een baviaan Carla d’r tasje. Jammer dat we dat gevecht niet op de camera hebben staan! Het was heel grappig moment!


September 2008
De Vereniging 'Wederzijds'
Men maakt elk jaar reizen naar Brazilië, India, Indonesië en Tanzania. 'Wederzijds' vindt het ontmoeten van mensen en het leggen van contacten met mensen en organisaties die aan de ontwikkeling van hun leefsituatie werken belangrijk. De ontmoetingen zijn zeer inspirerend voor de deelnemers. Er worden projecten bezocht en de deelnemers kunnen zelf ook projecten aandragen. Door deze manier van reizen raak je meer betrokken bij de ontwikkelingsproblematiek, omdat je die daar ter plekke ervaart. Om die reden worden de reizen van 'Wederzijds' dan ook als uniek ervaren. Naast het bezoeken van projecten wordt zeker ook aandacht geschonken aan de natuur en de cultuur van het land. (Bron: site 'Wederzijds').

Bezoek aan LISO-Tanzania door ‘Wederzijds’ op woensdag 16 en donderdag 17 juli 2008

Het dorp Seloto ligt ongeveer 200 km ten zuidwesten van Arusha en ca. 30 km van de provinciehoofdstad Babati, waar het asfalt ophoudt. Stof verspreidt zich wel 15 meter aan beide zijden van de weg, en alles wat daar staat en leeft krijgt een egaal roodbruine kleur. Ik vraag me af wat dit stof doet met longen, en hoe de was hier toch weer wit wordt.
Het regende er voldoende, waardoor de bergen fris groen begroeid zien.
Op een hoogte van 1700 tot 2600 meter is het hier behoorlijk koud in juli, de wintertijd in Tanzania. Desondanks zijn de huizen niet anders dan in warmere delen van Afrika. Verwarming is hier onbekend, niet elk dorp beschikt over elektriciteit, veel huizen hebben geen water.We zien veel mensen gehuld in de prachtige rode, paarse en blauwe geruite soepele dekens, die we kennen van de Maasai.
De plaatselijke bevolking bestaat echter uit de Iraqw stam, die zijn verre oorsprong kent in Somalië. De huidige Iraqw spreken hier nog steeds de eigen taal, ook al werd Kiswahili door Nyerere de nationale taal van Tanzania.
Kinderen van 4 of 5 jaar oud die Engelstalig Missie-onderwijs gaan volgen, leren dan vaak al hun derde taal. Omdat dit meestal in internaatsverband gebeurt, gaat hun kennis van moedertaal Iraqw er op achteruit.
Zowel rijk als arm zijn vertegenwoordigd in de regio, maar het werkloosheidcijfer is groot en intensief alcoholgebruik beperkt het functioneren van veel mensen.

We worden vriendelijk en behulpzaam ontvangen door Walther de Nijs. De kamers in ons guesthouse liggen met de toiletten en douches/wasbakken rondom een binnenplaats. Een gewezen olievat boven een op gezette tijden aangestoken vuur, vormt een dampende warmwatervoorraad. De aanwezige douche-koppen doen het niet meer: met een teil warm water uit het vat ga je naar de douche, om met een bakje het aangenaam warme water over je heen te gieten.
De kamers worden met een piepklein hangslotje afgesloten, maar ook hier is bewaking alert.
Voor het ontbijt gaat Walther met ons naar een eethuisje. We genieten van de plaatselijke gekruide oliebolletjes, die in royale porties ook in een krant-gevouwen-als-puntzak worden verkocht om mee te nemen; en heerlijke chapati’s. Het is een genoegen om het vriendelijke familiebedrijfje op de veranda-keuken voor het restaurant in actie te zien.
Walther weet ook de beste cateraars te vinden, en wij zullen hier dankzij zijn goede zorgen geen moment hongerig zijn. Hij vertelt ons dat in deze regio wel een voedseltekort bestaat.

Walther is 14 jaar geleden uitgezonden naar deze regio, en getrouwd met zijn toenmalige, Tanzaniaanse, collega Rosalia.
Hij werkt voor LISO: ‘Local Initiatives Support Organisation’. Deze heeft een lokaal bestuur bestaande uit 9 personen en wordt in Nederland ondersteund door ‘LISO-Nederland’.

LISO is een NGO: non governmental organisation; en is niet religieus gebonden.
We maakten kennis met de voorzitter, dokter Sanka, werkzaam in het plaatselijke ziekenhuis. Walther is secretaris. Het LISO-bestuur heeft als 1e prioriteit: verbetering van de kwaliteit van onderwijs en de toegang ertoe. Met gezondheidszorg als een soort spontaan daaruit voortvloeiende tweede, denk aan preventie middels voorlichting.
Dokter Sanka is een vriendelijke, joviale man die enthousiast “met zijn handen” praat. Walther vult hem dan perfect aan: het heeft iets van een vrolijk-jongleer-duo, met handen en armen in plaats van kegels.

Onze eerste bezoek is aan een groep van ca. 10 leerkrachten en politici, betrokken bij het toekomstige ‘Teachers Resources Center’ (TRC) in aanbouw, in Bashanet. Het bevindt zich centraal tussen een aantal scholen waar deze leerkrachten werken, ca. 2600 meter hoog in de bergen.
In het nog ruw stenen gebouw zonder vloer, kozijnen, glas, of deuren wachten zij op ons. Onder hen een deeltijdcollega van Walther, tevens leerkracht: Marcelli Basso, door wie het initiatief tot dit centrum is ontstaan.
Het plan begon met de vraag om boeken voor de leerkrachten, maar is in samenspraak met betrokkenen uitgegroeid tot een totaalplan voor verbetering van het onderwijs in de regio.
Sinds 2004 zijn gezamenlijke wensen en ideeën gevorderd tot o.a. het huidige casco met een half dak erop. Wat er staat is in ieder geval aardbevingbestendig.

Het salaris van een leerkracht, die meestal minimaal is opgeleid, is ontoereikend. De meeste leraren moeten er iets bij doen om van te kunnen leven.
Meestal hebben zij de zorg voor een gezin, en zijn ze slecht gehuisvest. Het weer in deze regio veroorzaakt relatief hoog ziekteverzuim. Gecombineerd met het huidige lerarentekort is de werkdruk extra groot. Toch opteren zij voor de extra inspanning zichzelf te scholen, om beter geoutilleerd te zijn voor hun werk en door bijscholing, en daarmee hogere certificatie, hun inkomen te verbeteren.

E bestaat grote uitval van leerlingen in het onderwijs, o.a. zwangere meisjes (lager onderwijs wordt gevolgd van 7-14 jaar).
Op 25% van de scholen is geen water in of nabij de school beschikbaar. Hierdoor kan bijv. een meisje zich tijdens menstruatie niet reinigen, zij verzuimt.
Verzuim is er ook als het werk van een zieke, of om andere reden, uitgevallen ouder moet worden overgenomen.
Ziekte velt ook leerlingen en gewoon spijbelen gebeurt ook, vooral door jongens.
Straf op verzuim maakt terugkeer naar school nog moeilijker.
In het verleden is gebleken dat aanbod van sport en muziek op school het schoolbezoek stimuleert, omdat het veel leerlingen meer plezier op school biedt. Om deze reden wil ‘LISO’ gebruik van sport en muziek in het onderwijs dan ook bevorderen.

Verantwoordelijke voor openbaar lager onderwijs is de overheid en betalen de ouders geen schoolgeld. De Missie geeft ook -betaald- lager onderwijs in de regio. Volgens Walther hebben de kleuterscholen van de missie vaak geen goed systeem om schoolgeld te innen, waardoor de lerares dan een probleem heeft.
Voor gehandicapte kinderen begint wat differentiatie te komen, maar wordt onvoldoende of helemaal niet voorzien in de nodige aangepaste leermiddelen of training van de leerkrachten.

Voor uitgebreide beschrijving van het onderwijs in deze regio verwijs ik naar het informatieve onderzoeksrapport op de site www.liso-tanzania.nl :
Primary education strategies voor Bashanet division, improving te quality of education and its accessibility, results of the 2008 baseline survey. May 2008.
Een indrukwekkend rapport, dat door Walther en Marcelli is gemaakt omdat er nog geen inventariserend onderzoek was gedaan naar onderwijsgerelateerde zaken in de regio.
De Tanzaniaanse overheid houdt wel redelijk veel statistieken bij (zie de LISO-site).
De verdienste van het LISO-rapport is dat door de overheid verzamelde statistische gegevens van een interpretatie zijn voorzien. Hiermee zijn verschillen aangetoond in de regio, en is de vraag gesteld hoe deze kunnen bestaan.
Het rapport heeft in ieder geval geleid tot de toezegging en al gedeeltelijk realisatie van uitbreiding van het lerarenkorps. Ook is onderzoek toegezegd naar (strafbaar) schoolverzuim.
Nagedacht wordt over een verplichte toeleidingsklas voor het lager onderwijs.

Het is koud en tochtig in het nog niet afgebouwde TRC. Tijdens de rondleiding door het TRC gebouw en tijdens de lunch ontstaan spontaan diverse gesprekken in kleine groepjes, waarbij de leraren zeer geïnteresseerd zijn in onderwijs en diverse aspecten van het leven in Nederland.
Bedoeling van het TRC is dat het gebouw praktisch wordt gebruikt voor (bij)scholing van de leerkrachten van een aantal lagere scholen in de omgeving, een bibliotheek waar ook leerlingen gebruik van kunnen maken, eventueel met computers. Daarnaast is het bedoeld voor maatschappelijk relevante bijeenkomsten.
Dat hier behoefte aan bestaat maakt het kleumende lerarenkorps ons goed duidelijk.
De aanwezige plaatselijke politici ondersteunen deze wens.
Zij stellen dat Nyerere armoede, onwetendheid en ziekte de grootste vijanden van een volk noemde, en dat deze na 45 jaar zelfstandigheid in Tanzania nog steeds bestaan.
Zij hechten aan de stimulans die uitgaat van het TRC om het onderwijs en de situatie van leraren en leerlingen te verbeteren.
De vraag blijft… waar moet het hiervoor nodige geld vandaan komen?

Walther wil zich zoveel mogelijk terugtrekken uit de voorwaardenscheppende werkzaamheden voor het primair onderwijs, om tijd vrij te maken voor verdieping van de missie: meer inhoudelijke analyse. Er is nog geen literatuurstudie over het onderwijs gedaan omdat er eenvoudigweg niets te vinden was.
Hij heeft recent contact gelegd met de open universiteit in Tanzania.

Alle aanwezigen zijn blij met het werk dat door LISO wordt verricht in de regio.
Maar Walther vertelt ons later ook dat er binnen de regio, voor LISO belangrijke, mensen zijn die niet begrijpen of niet waarderen waar LISO mee bezig is.
Dit betrekken zij soms persoonlijk op Walther en zij kunnen hem dwarsbomen.
Als blanke wordt hij ook gezien als rijk, en is alles wat hij onder zijn naam regelt duurder. Om deze reden is de elektriciteitaanvraag van het LISO kantoor ondertekend door Rosalia. Walther vertelt ook over persoonlijke tegenwerking aan zijn adres in de vorm van corruptie, dreigementen, en gebruikmaking van traditionele Afrikaanse godsdiensten.

Even verderop in Bashanet wacht ons een hartverwarmende ontvangst met zang en dans door een dertigtal vrouwen: ‘HARAKATI’.
De voorzitster memoreert dat er sinds 2006 contact bestaat van een aantal vrouwen uit Bashanet met ‘LISO’, die toen voor meubilair voor de lagere school in Bashanet had gezorgd.
Uit dit contact is meer gegroeid, want op 8 januari 2007 gaf Walther het officiële startsein voor vrouwengroep ‘HARAKATI’. Voor hun bijeenkomsten maken zij gebruik van een kerkje.
Zij wensen een eigen kantoor op te richten, en hopen op hulp van ‘LISO’ (en van ons) bij het verkrijgen van een stuk land bij het dorp om meer bomen te kunnen planten. Ze planten nu Eucalyptusbomen voor brandhout en hebben ook behoefte aan fruitbomen. Het dorp ligt bovenop een berg en het is er vrij kaal, brandhout moet (door vrouwen) nu worden gehaald bij het zoutmeer, naar schatting een kilometer of 10 verder, onderaan de berg.
‘HARAKATI’ heeft bijgedragen aan een seminar over hiv/aids en vrouwenbesnijdenis. Dit gebeurde op verzoek van het ziekenhuis en werd georganiseerd door ‘LISO’. Hierbij is aan het hele dorp informatie gegeven over aids en de wettelijk verboden vrouwenbesnijdenis. De vrouwengroep heeft toen gezongen over deze onderwerpen, een gezongen boodschap spreekt de mensen hier meer aan.
‘HARAKATI’ werkt ook samen met een groep mensen met hiv in Dareda.
In 2007 is de groep ook getraind in het verzorgen van bomen en sindsdien hebben de vrouwen al heel wat Eucalyptusbomen in het dorp geplant.
De vrouwen helpen elkaar onderling.
We werden getrakteerd op traditionele Iraqw zang en dansen, die zelden worden getoond.
De voorzitster houdt zich volgens Walther nog sterk “aan hem vast”, er is hem veel aan gelegen om de dames op eigen benen te krijgen.

Terug in Seloto biedt Walther ook een korte rondgang door het dorp aan. We lopen buiten schooltijd langs de middelbare school: zonder deur in het scheikundelokaal.
Een aanwezige bewaker maakt dat de tafels en stoelen blijven staan. Walther vertelt dat het gebrek aan leermiddelen ondermeer betekent dat er geen scheikunde instrumenten zijn. Maar de leerlingen moeten wel verplichte scheikundetesten doen voor hun examen….?!
Iets verderop bezoeken we Rosalia en collega’s in haar stoffenwinkel. Walther vertelt dat de teksten op de kanga’s (doeken met teksten, dameskleding) variëren van dankbetuiging voor de barmhartigheid van God tot vinnige, corrigerende teksten over roddel e.d.
Ook dokter Sanka kwam hier even buurten, en vergezelde ons later naar het eethuisje waar we samen de avondmaaltijd gebruikten.

De volgende dag brengen we door op het LISO kantoor. We maken kennis met computerdocente Josephine, chauffeur/monteur/tuinverzorger/bewaker Blassie, tuinverzorgster/ bewaker Consolate, tevens vriendin van Rosalia. Een derde bewaker komt even langsfietsen omdat hij Walther wil spreken. Bewaking is ook voor het LISO kantoor onontbeerlijk.
In het computerlokaal staan een stuk of 10 computers, waarmee Josephine o.a. medewerkers van het ziekenhuis les geeft in Windows, Word, Excel, PowerPoint, Internet.
Voor dit doel staat er een kostbare satellietschotel achter het kantoor, die per maand wel 210 dollar huur kost. Omdat sommige leerlingen misbruik maakten van sekssites liepen de kosten behoorlijk op….
Ander probleem is dat het elektriciteitsnet forse voltage-uitschieters kent, zowel naar boven als beneden, waardoor apparatuur doorbrandt. In de toekomst hoopt Walther over te kunnen gaan op zonne-energie.
Achter het kantoor ligt de boomkwekerij. Hier worden stekken van diverse soorten bomen verkocht. Het geheel staat er uitstekend verzorgd bij. Geen vruchtenzaadje wordt door Consolate weggegooid en zij toont ons haar experimenten met zaden van bomen uit het bos.

Op 19 maart 2008 is uit een eerder bestaande aids vrouwengroep door 4 leden de nieuwe groep ‘APLIWA’ geformeerd: ‘Arri People Living With Aids’. Arri is een dorp in de regio.
‘APLIWA’ staat voor emancipatie van mensen met aids, streven naar openheid en vooral preventie door voorlichting over deze ziektes en snelle diagnostiek.
We gebruiken de lunch samen met 4 vrouwen van ‘APLIWA’. De groep telt inmiddels 9 vrouwen en heeft besloten dat Walther hun beschermheer moet zijn.
Op de vraag of er ook mannen aan ‘APLIWA’ kunnen deelnemen, antwoordt voorzitster Selmi dat het in Afrika de vrouwen zijn die voorop lopen.
In andere dorpen hebben deze groepen al wel 2 of 3 mannelijke leden.
De groep breidt zich uit omdat ze elkaar tegenkomen bij het ophalen van retrovirale medicijnen, elke maand. De medicatie wordt steeds ingesteld op basis van een test hoe hoog de weerstand is.
Het lid worden van de groep betekent ook dat je uit de anonimiteit stapt. Op de vraag wat hiervan het voordeel is, krijgen we het antwoord dat hiermee andere mensen geholpen worden zich te kunnen beschermen tegen aids. De verspreidingssnelheid neemt af. Mensen komen bij de groepsleden om raad vragen, en worden vaak sneller gediagnosticeerd: voordat ze heel erg ziek zijn.
Bij een van vrouwen was tijdens haar zwangerschap de diagnose aids gesteld. Ze kreeg een keizersnede, haar baby is getest en heeft gelukkig geen aids: er bestaat speciale medicatie voor zwangere vrouwen die het kind ook beschermt. Zij vertelt anderen hierover, in de hoop dat men inziet dat het zin heeft zich vroegtijdig te laten testen.
En eenmaal bij ‘APLIWA’ ervaren de leden: gedeelde smart is halve smart.
Helaas worden mensen nog wel ontslagen als bekend wordt dat ze aids hebben, en is een medisch onderzoek verplicht als je solliciteert naar een nieuwe baan.
Het is dus belangrijk om samen sterk te staan, samen een groentetuin bewerken kan voorzien in de nodige gezonde voeding om de weerstand op peil te houden. Retrovirale medicijnen worden gelukkig gratis verstrekt; ook testen op aids is gratis.
Maar helaas geeft medicatie ook bijwerkingen en als opname in het ziekenhuis nodig is, kost dit wel geld.
De laatste jaren is er volgens de vrouwen verbetering merkbaar in de acceptatie van mensen met aids. Waar voorheen uitstoting plaatsvond, ontstaat nu soms (gedeeltelijk) acceptatie en herstel van bijv. familierelaties.
APLIWA helpt bij voorlichtingsdagen, die LISO op verzoek van het ziekenhuis organiseert.
De dames konden gelukkig getuigen van het feit dat door medicijnen en gezonde voeding, met aids ook te leven valt.
Uiteindelijk is niet aids maar malaria doodsoorzaak nummer 1 in Tanzania!

De reden van uiteenvallen van de voormalige aids-vrouwengroep is onduidelijk.
Er bestonden verschillende plannen om middelen van bestaan te verkrijgen. Een aantal vrouwen wensten het samen verbouwen van een groentetuin. Hier was vorig jaar over gesproken met de reizigers van ‘Wederzijds, die hulp hebben toegezegd.
De groentetuin is er niet gekomen omdat een aantal vrouwen ineens voorkeur had voor een varkenshouderij. Dit vraagt echter specifieke kennis en grote investeringen, waardoor Walther dit niet kon ondersteunen. Om deze reden is de toezegging van ‘Wederzijds’ niet gerealiseerd.
De voorzitster van ‘APLIWA’ uitte hierover haar onvrede, waarop Piet in Kiswahili (ook hier weer, in navolging van Nyerere) uitlegt dat mensen niet “worden ontwikkeld”, maar alleen zichzelf kunnen ontwikkelen. Ook haalt Piet een Tanzaniaanse gezegde aan: als je hulp nodig hebt om je rug te wassen is het beter dat je zelf eerst je buik wast.
Het komt er op neer dat er eerst iets van de vrouwen wordt verwacht voordat wij aan bod komen. Toegezegd wordt dat de vereniging “Wederzijds” de realisatie van een waterput zal ondersteunen wanneer het verzoek daartoe komt, de tuin in orde is en het om een realiseerbaar bedrag gaat. Walther zal hier op toezien en ons informeren als het zover is.
De vrouwen vertellen dat zij al wel op eigen initiatief zijn gestart met een kippenproject: een kip wordt voor een week uitgeleend. Na een week verzorging door de gastvrouw gaat de kip terug naar de eigenaresse en de gastvrouw houdt de ene helft van de kuikens. De andere helft gaat met de kip terug naar de eigenaresse.

Aan het eind van de middag brengen we een bezoek aan dokter Sanka. Hij ontvangt ons zeer gastvrij in zijn gezellige woning, bijgestaan door zijn kinderen die ons drinken en versnaperingen brengen. Zijn vrouw (ook werkzaam in het ziekenhuis, en bestuurslid van ‘LISO’) is enkele dagen afwezig door bezoek aan een seminar in een andere stad.
Dokter Sanka vertelt over zijn werk in het ziekenhuis. Huisartsen zoals wij in Nederland kennen bestaan in Tanzania niet. In Seloto ga je naar het ziekenhuis.
De afstand kan groot zijn. Walther vervoert in zijn auto wel eens mensen of medicijnen naar het ziekenhuis. Voor langere afstanden wordt gebruik gemaakt van ‘AMREF’, flying docters. Zij betalen in Tanzania weinig voor kerosine, waardoor ze snel en goedkoop werken.
Er werken ca. 200 mensen in het ziekenhuis.
Als arts behandelt dokter Sanka alle voorkomende vragen van patiënten. Hij heeft zich gespecialiseerd in oogheelkunde. Gevraagd naar psychiatrie legde dokter Sanka uit dat dit “veel tijd en andere gaven” vraagt: “dit doen de zusters”. Er is wel psychiatrische medicatie beschikbaar.
Er is ook een tandarts aan het ziekenhuis verbonden, die trekt, maar voor vullen of een kunstgebit moet je naar Arusha (7 uur reizen enkele reis per openbaar vervoer).
Mensen moeten in het ziekenhuis ook betalen voor een consult.

’s Avonds ronden we ons bezoek aan LISO af met een feestelijk diner bij Walther en Rosalia thuis. Door omstandigheden zijn we laat en is het helaas al donker. Het uitzicht op de bergen met watervallen, en de stallen zien we niet goed meer.
Walthers huis heeft geen elektriciteit. Hij is al geruime tijd bezig met verbouwen. We zien bij het licht van de olielampen de heerlijk royale huiskamer. En we genieten met zijn allen enorm van de kookkunst van Rosalia. We eten hier de heerlijkste gerechten, waaronder verschillende die we nog niet eerder hadden geproefd.
En we krijgen de primeur van de rap over aids, in Kiswahili gezongen door de zoon van Selmi van ‘APLIWA’. Deze jongen heeft zijn tekst zelf gemaakt. Dokter Sanka is hier ook bij, en zei dat de informatie die de jongen doorgeeft in zijn lied volledig juist en knap geschreven is.
Hij zingt over de wijze van verspreiding van aids, waarschuwt andere jongeren en laat weten dat hij wel op school zit, maar niet weet of hij een toekomst heeft.
Als Walther ons na afloop allemaal naar huis/guesthouse brengt, blijken er 11 volwassenen in zijn auto te passen!


Onderwijsproject
LISO-Tz is een onderwijsproject gestart gebaseerd op een uitgebreid onderzoek naar de onderwijskwaliteit in het Babati District in Tanzania.
Hieruit kwamen drie probleemgebieden naar voren:
kinderen: problemen van verzuim, spijbelen, ouderloosheid en fysieke handicaps;
onderwijzers: de getalsmatige onderwijzer-leerling verhouding, hun kwalificaties en de mogelijkheden voor bijscholing en verdere training;
onderwijsfaciliteiten: zoals gebouwen, meubilair, onderwijsmiddelen en leermiddelen.

Het project dat we vanuit Nederland willen steunen is gericht op de training van onderwijzers.


Het omvat de volgende onderdelen:
* Het afbouwen en opleveren van een trainingscentrum.
* Het versterken van de infrastructuur van het trainingscentrum met onderwijs- en leermiddelen en basaal meubilair.
* Het bijstaan van de coördinator van het centrum bij het geven van trainingen aan de onderwijzers.
* Samen met het centrum bundelen, samenvatten en verspreiden van examenopgaven uit het recente verleden.
* Het organiseren van een bijeenkomst van alle trainingscentra in de Manyaro Regio, om ervaringen uit te wisselen en een begin te maken met een netwerk waarin van de ervaringen van TRC's in andere districten van Manyara kan worden geleerd.


LISO-NL heeft voor het project een aanvraag voor financiële steun ingediend bij de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), met de bedoeling financiën te verkrijgen die het mogelijk maken dat het Onderwijsproject werkelijk gerealiseerd wordt.


De NCDO heeft zich bereid verklaard het bedrag van € 13.000, dat we in Nederland bij elkaar willen halen, te verdubbelen. Het totale project kost € 26.000.
Als u dit project wilt steunen kunt u een bedrag overmaken naar:
rekeningnummer 62 85 19 311 (ABN AMRO) ten name van Stichting LISO-NL in Wageningen onder vermelding van "Onderwijsproject Babati". Deze vermelding is één van de criteria van NCDO.